Zondag 21 juli 2002

Smithers Prince Rupert

vorige dag | routebeschrijving vandaag | volgende dag
 

11h00
Bij het afrekenen praten we nog wat met eigenares van de lodge, Barbara.  Ze vertelt dat ze een aantal paarden hebben en ook een veulentje van drie weken oud.  Barbara verdwijnt plotseling in de keuken van het restaurant en komt enkele ogenblikken later weer terug met een in stukjes gesneden appel.
This is for the young horse, the children will surely like to see it,” vertelt ze erbij en geeft de stukjes aan de kinderen.
Ponta en Kika zijn blij verrast en opgewonden om het veulentje te zien.  We nemen afscheid en op de terugweg stoppen we bij de weide waar de paarden staan.  De kinderen proberen op alle mogelijke manieren het jonge dier te lokken, maar het heeft niet echt zin om recht te staan vanuit de stal.  Ook de andere paarden zijn nogal schuchter. 
We moeten verder nu, het is prachtig weer, een stralende zon in een knalblauwe lucht.
Als we door Smithers rijden, zien we links van ons de Hudson Bay Mountain, een klein skigebied waar de locale bevolking hun winterpret beleeft.

11h45
Een dertigtal kilometer noordwaarts op de Yellowhead Highway vinden we Moricetown, een klein dorpje van de Wet’Suwet’en indianen.  Hier wringt de Bulkley River zich door een kleine canyon, waardoor het voor de indianen een gemakkelijke klus is om zalm te vangen.
Deze visplaats is al meer dan 1000 jaar bekend bij de indianen en ook vandaag hebben we geluk ze hier bezig te zien.  We stappen uit en gaan een kijkje nemen aan de waterkant.
De zalmtrek is nog maar net begonnen dit seizoen en een aantal indianen staan reeds klaar met 6 à 7 meter lange stokken met op het uiteinde een haak.  Zelf hebben ze een touw rond hun middel om niet in het water te vallen.  Ze staan aan de rand van een rots en laten de stok loodrecht naar beneden in het kolkende water.  Met korte rukken bewegen ze de stok op en neer.  Als ze een zalm letterlijk ‘aan de haak slaan’ halen ze de stok snel naar boven.  Aan het einde ervan hangt dan een stevig exemplaar, tot 70 cm lang.  Aan de kracht te zien waarmee ze de spartelende prooi uit het water trekken, moet deze waarschijnlijk enkele tientallen kilo’s zwaar zijn.  Eens op het droge krijgt het onfortuinlijke dier enkele meppen op de kop en blijft roerloos liggen.
Het verwondert ons dat de kinderen hier niet van schrikken.
Ongetwijfeld zal dit tafereel een mooie tekening van Ponta opleveren.

13h00
In New Hazelton stappen we het Visitor Centre binnen voor wat meer informatie, want de streek heeft vele indianen nederzettingen met échte totempalen.
Eerst rijden we naar het meer noordelijke Kispiox.  Het dorp is vrij verlaten en de 15 totempalen hebben we voor ons alleen.  De besneeuwde bergen rondom het dorp zorgen voor een mooie achtergrond.
Een indiaans meisje in het Information Centre vertelt ons waarom niet alle totempalen tot boven gesculpteerd zijn: elke paal vertelt een verhaal en sommige verhalen zijn gewoon korter dan andere, zo simpel is het !
Ze vertelt ons ook dat de donkere palen eigenlijk replica’s zijn van oudere exemplaren die door een overstroming jaren geleden zijn weggespoeld.

Op de terugweg begint onze maag van zich te laten horen en dus wordt het tijd om te eten.  Het worden noodzakelijkerwijs hamburgertoestanden, meer keus is er niet.

15h25
Het K’san Indian Village is meer een openluchtmuseum dan een indiaans dorp.  De giftshop is vrij uitgebreid, maar de opstelling van de ‘long houses’ en totempalen in een mooi aangelegd park komt nogal onnatuurlijk over.  Een toeristische attractie dus die verbleekt bij de authentieke totems van Kispiox.

16h25
We houden het voor bekeken en stellen vast dat we nog een tocht van zo’n 300 kilometer voor de boeg hebben tot Prince Rupert.  Dat wordt nog even doorzetten want langs de Skeena River moeten we de Coast Mountains doorsteken tot aan de kust.  Ze liggen voor ons, hoge bergtoppen met sneeuw op, en we rijden er dus naar toe.

17h15
Bij de afslag om naar Kitwanga te gaan, houden we nog even halt om te tanken in een verlaten benzinestation.  Ik koop er nog wat koekjes en frisdrank voor onderweg.  Aan de rand van de weg staat ook een immens bord waarop in grote letters ‘NORTH TO ALASKA’ te lezen staat. En effectief, de Cassiar Highway die hier begint komt 700 km noordelijker uit op de Alaska Highway in the Yukon Territories en deze gaat verder via Whitehorse, Beaver Creek en Tok naar Fairbanks, Alaska.
Het is ook mogelijk om via een afslag na ongeveer 170 km naar Stewart en Hyder te rijden wat eveneens in Alaska ligt.  De drang om nog voor valavond in Prince Rupert te geraken is echter groter dan die om nog eens een voet in het machtige Alaska te zetten.  Alhoewel, het knaagt…  De reisgids beschrijft een schilderachtige weg ernaartoe, ruisende watervallen, glinsterende sneeuwvelden en de schitterende, blauwwitte Bear Glacier.  Bovendien is de kans groot dat zeearenden en grizzlies in Fish Creek naar zalmen komen vissen.  Nog iets voor ons lijstje bij ons volgende bezoek aan Canada…
Ter vervanging van deze gemiste kans zoeken we naar het Kitwanga Fort National Historic Site.  Het duurt even vooraleer we het vinden want het is een lange naam voor niets meer dan een bordje langs de oever van de rivier.  Het bewuste fort is immers reeds lang verdwenen.
Op de terugweg van Kitwanga naar de Yellowhead Highway zien we voor ons de adembenemende Seven Sisters Mountain Range.  En na een haastige blik op de minder indrukwekkende totempalen van Gitwangak, die langs de Skeena River op een rijtje staan, vervolgen we onze weg naar de kust.

17h45
Oops ! Weer een beer, zomaar vlak naast de weg, dat is nummer 9 !  We beginnen er al zo aan te wennen dat ook wij er niet meer voor stoppen.  Nee, dat is niet waar. Eigenlijk wou ik geen bruuske beweging maken omdat Kika in slaap is gevallen.  Ze had zonet nog opgewekt gezegd “… en we rijden naar de zee, hé, Ponta!”, waarna haar vermoeide oogjes dichtvielen.
Haar beeld van de zee met een zonnig strand zal echter niet zijn wat we zullen zien in Prince Rupert, en bovendien zullen we laat aankomen.

18h55
In Terrace worden we geïnformeerd dat er werken zijn op de baan richting Prince Rupert.  Er staat niet bij dat de weg is afgesloten.  Gelukkig maar, want wegomleggingen zijn hier niet mogelijk.  Er is simpelweg geen andere route naar Prince Rupert.

19h20
We volgen nog steeds de Skeena River die zich nu door een nauwe vallei van de Coast Mountains wringt. De noordwanden aan de overkant van de rivier hebben sneeuw tot in het dal.  Het is hier merkelijk kouder en de zon raakt niet overal bij.
De wegenwerken waarvan sprake in Terrace blijken een steenlawine te zijn die nog niet zolang geleden de weg en de naastliggende spoorlijn heeft bedolven onder immense rotsblokken.  De stenen zijn reeds opgeruimd en alhoewel de weg nog in slechte staat is, kunnen we toch doorrijden.  De spoorlijn echter zal meer tijd vergen.  De sporen zijn immers vernield en zullen moeten vervangen worden.

20h15
Zo’n 30 km voor Prince Rupert rijden we over Rainbow Summit, op een hoogte van amper 160 meter.  Niets indrukwekkend, zij het niet dat hier in de winter zoveel sneeuw ligt dat kettingen nodig zijn om erover te geraken.  En dat terwijl je iets verder de zee ziet liggen.

20h35
Prince Rupert.
Inchecken, uitpakken en na een vlugge hap in het restaurant van het motel kruipen we onder de lakens.  Het wordt immers vroeg opstaan morgen om de ferry niet te missen !
Een avondje uit in de havenwijk Cow Bay zal er spijtig genoeg niet inzitten…

volgende dag