Vrijdag 19 juli 2002

Wells Prince George

vorige dag | routebeschrijving vandaag | volgende dag
 

6h15
Het was gisterenavond warm in de kamer en we hadden daarom het raam laten openstaan.  De regen klettert nu op de zinken daken en dat maakt veel lawaai.

10h15
Bij het uitchecken praten we met het meisje aan de hotelbalie over de Bowron Lakes.  Ze vertelt ons dat dit gebied bij de top tien van de wereld zit in de reeks ‘onvergetelijke kanotochten’.  We kopen het fotoboek over deze meren van fotograaf Chris Harris en na enkele bladzijden zijn we in de ban.  Die meren moeten we met onze eigen ogen zien !
Bovendien liggen ze maar een 20-tal kilometer verwijderd van waar we ons nu bevinden.  Die aantrekkingskracht is te groot en dus moeten we er naar toe.

10h30
Sinds vanmorgen heeft het nog niet opgehouden met regenen.  De straten liggen er modderig bij en doen me denken aan Dawson City in de Yukon, de legendarische stad van de Yukon Gold Rush die we tijdens onze Alaska-reis bezochten.
Voor de eerste keer tijdens deze reis hebben we tijd genoeg voor onze etappe.  We gaan dus eerst naar Bowron Lakes, dan bezoeken we Barkerville en ten slotte trekken we verder noordwaarts, naar Prince George.
Met deze planning voor ogen neem ik even buiten Wells de afslag naar de Bowron Lakes.

10h55
Ik vertraag.
Daar, een hert met een bambi !”
Voor ik mijn zin beëindigd heb, zijn ze al verdwenen tussen de bomen.  Ponta en Kika vinden het niet leuk dat die dieren zo snel gaan lopen want ze hebben ze niet kunnen zien.
Ik vertel hen dat herten heel goed kunnen horen en dat ze bijgevolg onze wagen al van ver opmerken.
Dan moeten we de motor maar afzetten”, stelt Ponta voor.
En wie gaat onze wagen dan verder duwen?”, vraag ik.
De beren misschien !”, zegt Kika.
Ja, of die met stokken in hun oren.”
Ja, van Plankendael.”
Er wordt nog wat gelachen op de achterbank, maar al snel valt Kika in slaap.

11h10
We komen aan bij de Bowron Lake na 20 km gravel.  Kika slaapt nog steeds.  Het miezert, de lucht is grijs met laaghangende wolken en er is weinig wind.   Desondanks is dit een prachtig gebied, één brok ongerepte natuur.
We rijden tot kort bij de waterkant en stappen uit.  De stilte wordt onderbroken door een andere jeep die achteruit met een aanhangwagen eveneens tot kort bij het water komt.
Twee mannen en een meisje stappen uit en laden de bagage af: een kano, peddels en een paar waterdichte zakken.  Het meisje en één van de mannen blijken Zwitsers te zijn die voor een tocht van 4 dagen vertrekken op de Bowron Lakes.  Ze hebben nog nooit een dergelijke tocht ondernomen en hebben er eigenlijk weinig zin in bij dit weer.  Na het volladen van de kano duwen ze zich af en drijven zachtjes weg.  De kano waggelt nog wat en zigzagt nog een tijdje onhandig op het water.  We vragen ons af wat ze er van gaan terechtbrengen en hopen voor hen op beter weer.
Wij stappen terug in de wagen en maken rechtsomkeer.  Als we terugkomen  naar Canada, zullen we zeker zo’n tocht in onze planning opnemen.

12h10
Na 40 kilometer gravel ziet onze wagen eruit alsof we dagenlang door het regenwoud hebben gereden.
Ondertussen heeft het opgehouden met regenen.  Dat valt mee, want we willen uitstappen en rondwandelen in Barkerville.  Deze “Gold Rush Boomtown” ontstond in 1862, toen ene Billy Barker er goud vond.  In zijn hoogtejaren was deze stad de grootste van West-Canada.  Nu is het echter een soort Bokrijk, dat in onze ogen nogal artificieel overkomt.  Daartegen is Dawson City en zelfs ook Wells authentieker dan dit.  Voor Canadezen zal dit niet zo overkomen, zij vinden dit een educatief museum.
De kinderen vinden het leuk van een paard met kar door de straat te zien rijden.  Verder gluren ze nieuwsgierig door de ramen van de huisjes.  Daar worden met poppen taferelen uitgebeeld van het dagelijkse leven in die tijd.  Eén van de enige plaatsen waar dat dagelijkse leven levend wordt uitgebeeld is het ‘Wake Up Jake Restaurant’.  In passende kledij wordt eten uit die tijd opgediend.  En nu zijn we op het juiste moment op de juiste plaats, het is middag, we hebben honger en we staan voor het restaurant.  We stappen dus naar binnen.
Kiezen uit de gerechten van 1862 is niet echt gemakkelijk, zeker niet als we willen dat de kinderen ook iets eten.  Het wordt een soort aardappel-met-groenten-taart. 
Nabij de uitgang is er de gebruikelijke giftshop waar alles wat dan ook met de Gold Rush te maken heeft, te vinden is.  Buiten onder een afdak voor de giftshop staan ook twee lange waterbakken waar men zelf aan ‘gold-panning’ kan doen.  In de giftshop koop je een zakje aarde en je krijgt een ‘gold-pan’ mee.  Daarmee zoek je naar de enkele goudkorreltjes die zich tussen de aarde bevinden.  Tenminste, als je ze niet in de waterbak laat vallen.

14h30
Het bezoek aan Barkerville zit erop.  Er rest ons vandaag nog een kleine 200 kilometer naar Prince George.  Dat kunnen we op ons gemak doen.

15h45
Quesnel
We nemen nu de Cariboo Highway( Hwy 97) noordwaarts.  De weg volgt grotendeels de Fraser River stroomopwaarts in een zacht golvend landschap. Mooi, maar weinig boeiend.
Het regent nog wat, maar er zijn toch opklaringen in de verte.

15h55
Weinig boeiend? Had ik dat gezegd?
Kort na elkaar liepen er zonet twee zwarte beren over de straat.  Dat zijn dan nummer 4 en 5 van onze reis.  We maken er een wedstrijd van: een punt voor wie het eerst een wild dier ziet.  Na een poos kunnen we de stand al niet meer bijhouden, dus krijgt iedereen een punt voor gelijk welke prestatie.
Ik had echter niet gedacht dat in dit vlak en open landschap met weinig bomen ook beren zouden zitten.  Het lijkt me helemaal hun biotoop niet.

17h15
We komen ruim op tijd in Prince George aan.  Het is nog even zoeken naar de B&B die we gereserveerd hadden, maar de eigenaar had via e-mail een duidelijk plannetje doorgestuurd. 
Als we aankomen bij het huis, dat diep tussen de bomen verstopt zit aan de rand van een meer, blijkt er niemand thuis te zijn.  Aan de garagepoort staat wel een bordje met mijn naam erop. Een bericht dat erbij ligt vertelt ons dat ze zelf iets later zullen thuiskomen en waar we de sleutel kunnen vinden om binnen te geraken.
Make yourself at home!”, staat er afsluitend, en dat doen we dan ook.  We kunnen beschikken over de benedenverdieping van het huis en hebben een prachtig uitzicht op het meer en de achterliggende heuvels.
Als de eigenaars, Doug en Pat Fairweather, thuiskomen vertellen ze ons dat we lekker kunnen eten in The Loghouse, een nogal Duits getint restaurant maar de Canadezen zijn er gek op.
The owner, a German guy, is always dressed up in a tuxedo, but you can come in casual, that’s no problem.  Just tell him that I gave you the address.”

De kinderen zijn nu al gewend aan onze manier van reizen en vinden het best leuk op restaurant.  Zolang ze maar hun tekenboek en kleurgerief bijhebben, natuurlijk.  Ze gedragen zich voortreffelijk aan tafel en krijgen zelfs complimenten van onze “German guy”.

volgende dag