Vrijdag 12 juli 2002

Vancouver Chase

vorige dag | routebeschrijving vandaag | volgende dag
 

6h00
Kika is er weer.  Ze doet de gordijnen op en zegt “De zon schijnt al !
Het is nog veel te vroeg”, antwoord ik, “kruip nog maar wat terug in bed.
Tot mijn grote verwondering doet ze het nog ook.

Iets later wordt Ponta wakker en vraagt of ze wat mag kleuren.  Ze vult haar tekendagboek aan met de totempalen die we gisteren gezien hebben.

7h45
Tijd om op te staan, want we hebben een drukke dag voor de boeg.
Vandaag rijden we naar de bergen.”, zeg ik.
Hoezo?”, vraagt Ponta, “zijn we dan nog niet in Canada ?
Gaan wij dan hier niet meer slapen?”, kijkt Kika verwonderd.
Het is duidelijk dat ze het woordje ‘rondreis’ nog niet begrepen hebben.

10h00
We hebben alle pakken en zakken terug in onze Explorer geladen en beginnen aan onze eerste dagtrip.  Na een korte tussenstop bij tante Bernie om afscheid te nemen, vertrekken we langs de Highway 1 richting noorden.  Het is ons al meteen duidelijk dat dit een prachtige dag wordt met een helderblauwe lucht.

11h40
We zijn nu ter hoogte van Horseshoe Bay en verlaten de vallei van de Burrard Inlet en dus ook Vancouver.  Nu beginnen we aan het echte werk: via de ‘Sea to Sky Highway’ (Highway 99) rijden we naar Whistler.  De weg volgt de Howe Sound en na de drukte van Vancouver is dit wel een oase van rust.

12h30
De Shannon Falls zijn onze eerste stop.  Kika was al iets eerder in slaap gevallen en we laten ze beter wat rusten.  Ik trek er dus met Ponta op uit om de watervallen te gaan bewonderen.  Met zijn 335 meter is dit de derde hoogste waterval van British Columbia.  Het zicht van tussen de bomen is indrukwekkend.  Het tegenlicht van de middagzon die net over de bergrand schijnt maakt een mystieke indruk. 
Ik los de wacht af bij Kika en zo kan Hilde met Ponta nog eens een kijkje gaan nemen bij de waterval.  Ponta vindt het best leuk dat ze nu alles kan uitleggen aan mama.

14h15
In Whistler wordt het wel echt tijd dat we wat eten.  Bij ‘Zueski’s’ op de Town Plaza vinden we een Griekse keuken die ons wel aanstaat.  Dat we hier Grieks kunnen eten is heel normaal.  Het is bekend dat de Canadese keuken een mengsel is van Mexicaanse, Europese en Aziatische gerechten.
En ja ! Bij dit warme weer ( 31°C) en de felle zon komt de Griekse sfeer wel naar boven…

15h20
We rijden verder want met 120 km zijn we bijlange nog niet halfweg voor vandaag.  Ik heb de indruk dat we het iets té relax nemen.

16h00
Eens Pemberton voorbij wordt de baan smaller en kronkelig.  De ‘Duffey Lake Road’ zoals hij hier noemt, begint nu ook goed te stijgen met enkele haarspeldbochten.  Aan Duffey Lake stappen we even uit om enkel foto’s te nemen bij een ‘log jam’.  Immense boomstammen liggen bijeengedreven aan de oever.  Het koude water glinstert in de zon.  De vallei is hier ook smaller geworden met steile wanden die aan Noorwegen doen denken.

Als we wat verder rijden komt er plots mist op.  Vreemd, het was daarjuist nochtans helder weer?  En de omgeving ziet er nogal dor uit, dus van de vochtigheid kan het zeker niet zijn.  Als ik het raam van de wagen even openzet wordt alles duidelijk: er hangt een brandgeur!

17h20
We zijn bijna in Lillooet en rijden naast Seton Lake.  Ik wil uitstappen om een foto te nemen, maar een ondraaglijke warmte met een droge brandgeur overvalt me.  Mijn keel krijgt het moeilijk om te ademen en na de foto haast ik mij terug in de wagen.  Wat kan airconditioning toch een zege zijn…
De rook die opstijgt aan de andere kant van het meer doet vermoeden dat er hevige bosbranden zijn in de omgeving van Seton Portage. De bergflanken rondom ons zijn erg dor en het minste vonkje kan dit rampzalig resultaat hebben.

Lillooet zelf is weinig zaaks.  Het historische verleden van de ‘Mile-0’ van de Cariboo Pavillion Road (de weg naar de Cariboo goudvelden) is niet echt merkbaar.  Terwijl we naar het centrum zoeken zitten we ineens vast op een doodlopend stuk weg.
Nadat we rechtsomkeer gemaakt hebben om terug te rijden kijk ik toevallig in de achteruitkijkspiegel: een politiewagen met zwaailichten achter mij!
Ik vertraag en ga aan de kant van de weg staan.  De agent blijft nog zitten in zijn wagen terwijl hij een radioconversatie heeft.  Het lijkt wel een film die zich afspeelt in mijn spiegel, maar eigenlijk is het wel echt!
Hij stapt uit, zet zijn kepie op en komt onze richting uit.  Ik laat het raam naar beneden.
Good afternoon, sir.  You were speeding at 67 km/hr while only 50 km is allowed in town.  Can I see your driving license and the papers of the car?
Het wordt even zoeken want het rijbewijs zit ergens in een reiszak en ook de papieren van de wagen zijn niet onmiddellijk vindbaar.  Die zitten achter de zonneklep.
Hij keert met het gevraagde terug naar zijn wagen voor controle en komt na een minuutje terug.
All right, sir”, zegt hij beleefd, “The papers are OK, but I should impose you a fine of 147 dollars.”
Ik slik even en vraag nogmaals naar het bedrag.  Dan leg ik uit dat we onze weg kwijt zijn en dat ik het niet gemerkt had dat ik te snel reed.
You are from Belgium”, verandert hij plots van onderwerp, “Vous parlez français un peu différent que nous.
Ik versta hem nauwelijks door zijn té Engels accent, maar ik probeer het niet te laten blijken.  Met een instemmend antwoord in het Frans en de verduidelijking dat onze moedertaal Nederlands en niet Frans is, komt er een glimlach op zijn gezicht.  Ik denk dat hij er maar de helft van begrepen heeft, maar alleszins voldoende om ons de boete kwijt te schelden.  Hij kan nu immers zijn collega’s vertellen dat hij in Lillooet met een Belg in het Frans heeft gepraat, en dat gebeurt ook niet elke dag!  Het geluk is wederzijds…
Nadat hij ons heeft uitgelegd hoe we terug op de highway geraken, wenst hij ons nog een goeie reis.

18h15
De heuvels voorbij Lillooet lijken op de Provence in de zomer, dor en begroeid met enkele struiken hier en daar.  De rook is nog steeds niet verdwenen en de zon schijnt erdoor als een rode vuurbol.

Naar mate we verder rijden in de richting van Cache Creek, wordt het groener in de dalen, vooral omdat er veel water gesproeid wordt voor het vee dat er moet grazen.  Het is eigenlijk vooral de droge lucht die hier het dorre landschap veroorzaakt, want de rivieren en meertjes staan helemaal niet droog. 

19h05
De Hat Creek Ranch waren we van plan om te bezoeken, maar deze is al gesloten.  Daar hoeven we dus niet meer voor te stoppen.  Bovendien zijn de kinderen moe en beginnen we allemaal honger te krijgen.

20h10
Kamloops is een industriestad zonder meer, daar hebben we weinig interesse voor en nog veel minder tijd.  We stappen er een McDonalds binnen om een hamburger achter de kiezen te steken.  De kinderen lusten het niet, maar ze zijn dan ook te moe om te eten.
Ik bel ook snel even naar het hotel in Chase om te verwittigen dat we nog onderweg zijn.

22h00
Chase.
Het is al donker en dat maakt  het er niet gemakkelijker op om de Quaaout Lodge te vinden.  Ze ligt afgelegen buiten het dorp aan de oever van het Little Shuswap Lake.  En ja, we dragen de kinderen weer slapend van de auto naar hun bed.  Hebben ze op deze reis hun pyama al eens aangedaan?

volgende dag